You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Peter Carnochan, psycholoog-psychoanalyticus uit San Francisco, presenteert ons hier zijn lijvige proefschrift rond tegenoverdracht.
Tegenoverdracht kunnen we omschrijven als het geheel van reacties van de analyticus op de persoon van de analysant en in het bijzonder op diens overdracht.
Vanzelfsprekend vertrekt Carnochan vanuit het enige beginpunt in deze materie: Freuds visie rond tegenoverdracht. De vroege Freud wil vooral zeer positivistisch-wetenschappelijk zijn en adviseert ons te werken als een chirurg om onze tegenoverdracht te overwinnen. Maar in zijn gevalsstudies laat hij ons ook zien dat hij veel meer betrokken is bij zijn patiënten dan hij zelf zou willen. Wie daaraan nog twijfelt kan ik het boekje van Stroeken (1985) van harte aanbevelen.
Voor Freud is een zekere deprivatie en frustratie nodig om karakter te kweken, om wezenlijke verandering te bewerkstelligen en om inertie tegen te gaan - vandaar zijn advies om tegenoverdracht niet toe te laten. Het woord ‘tegenoverdracht’ komt in zijn verzamelde werk slechts tweemaal voor: in beide gevallen heeft Freud het over ‘overwinnen’ en ‘waarschuwen tegen’, wellicht ook uit vaderlijke bezorgdheid rond de professionele neutraliteit van zijn leerlingen Jung en Ferenczi. Behoefte-bevrediging wordt door Freud gezien als gevaarlijk, demotiverend in een therapie, maar hij erkent wel het belang ervan voor de gewone vroegkinderlijke ontwikkeling. ‘Psychisch gezond’ noemt Freud diegene die enerzijds een