You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Eind jaren zestig antwoordde een filosofieprof aan de Sorbonne vol zelfspot als volgt op de vraag wat een filosoof was: ‘Dat is iemand, die - als je hem een vraag stelt - een kwartier praat en daarna ben je je eigen vraag vergeten.’ Sommige lezers van dit blad denken zoiets wellicht in ernst: filosofie en Lacan associëren zij met wollige en nodeloos gecompliceerde vertogen. Welnu, met betrekking tot het nieuwe boek van Mooij vergissen zij zich. Om een indruk van de inhoud te geven zal ik een aantal standpunten opsommen die hij hier inneemt.
De huidige maatschappij zweert bij transparantie, beheersing en controle, waar de psychoanalyse subjectieve verdeeldheid en conflict benadrukt. Daardoor staat de psychoanalyse onder druk, maar die eigenheid is ook haar bijdrage aan het publieke debat.
Freud is bij uitstek een denker van de breuk en het conflict. In de hedendaagse psychoanalyse is de harmoniegedachte echter ruim vertegenwoordigd. Meervoudigheid, verbrokkeling en vrijblijvendheid horen bij de postmoderne stromingen.
De patiënt en de analyticus - beiden sprekende subjecten - hebben ieder hun eigen basisfilosofie. Het zou verstandig zijn voor de psychoanalyse - ook al heeft zij nu de wind tegen - vast te houden aan haar eigen taak: het behoeden van subjectiviteit en het benadrukken van de verdeeldheid.
De hedendaagse psychiatrie wordt overwegend bepaald door haar gerichtheid op transparantie, instrumentaliteit en uitsluiting van de subjectieve dimensie. Het middelengebruik is wijdverbreid. Dit laat weinig ruimte voor het specifieke terrein van de psychoanalyse: de innerlijke belevingswereld in haar verbondenheid met relationeel, levenshistorisch en cultureel bepaalde conflicten. Depressies worden (terecht) bestreden met antidepressiva, want
zij zijn ook een gevolg van een lichamelijke verstoring. Maar wellicht hebben zij eveneens te maken met het eigen verleden, met het lot en met het persoonlijke levensproject.
Sommige analytici trekken uit deze situatie de conclusie: