You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het lezen van The subject of addiction wekte bij mij gemengde gevoelens op. Enerzijds boeide het mij, maar het liet mij ook wat op mijn honger zitten. Een consequent lacaniaanse visie op verslaving wekte in ieder geval mijn enthousiasme omdat zij een belangrijke verrijking zou kunnen zijn van de ego- en zelfpsychologische literatuur.
De opmerking wordt wel eens gemaakt dat Lacan zich in zijn retour à Freud vooral richtte op de vroege Freud en minder op diens latere werk. Hetzelfde geldt voor dit boek. Loose vertrekt niet klassiek bij Freuds brief aan Fliess uit 1897 waarin masturbatie als primaire verslaving wordt benoemd, maar neemt de preanalytische Freud als uitgangspunt. Loose traceert in Freuds Cocaine Papers het denkproces waarin Freud zijn aanvankelijke hoge verwachtingen van cocaïne als therapeutisch instrument opgaf. Door cocaïne niet langer te zien als een stof die op zichzelf verslaving veroorzaakt, kon hij zich gaan richten op een factor in de persoon zelf die hem kwetsbaar maakt voor verslaving. Loose volgt deze evolutie langs de verwijzingen naar verslaving in het verdere werk van Freud, en maakt het subject als focus tot rode draad in zijn eigen werk. Diagnosestelling bij verslaving mag niet gebaseerd zijn op de effecten van de verschillende middelen. Een psychoanalytische benadering van verslaving mag dan ook niet beginnen met het object ‘drug’ maar met het subject dat die drug neemt. De wijze waarop de auteur in zijn lezing van Freud echter telkens verbanden legt met het werk van Lacan gaf mij de indruk van een wat geforceerd hineininterpretieren, een per se Lacan willen ontmoeten in Freud.
In het tweede deel van zijn boek brengt Loose een overzicht van de postfreudiaanse literatuur rond verslaving. Er kunnen verschillende periodes worden onderscheiden waarin men telkens andere aspecten en concepten van Freuds denken hanteerde om op eenvoudige wijze een verklaring te bieden voor het fenomeen verslaving. Zo volgde na een drifttheoretische visie de klem