You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Dominee Labooy wijst op het volgende. Kierkegaard als orthodox christen geloofde dat hij een zondaar was, die alleen verzoend kon worden
met God door het kruislijden van Christus. In zijn boek over de angst vooronderstelt Kierkegaard de erfzonde en wil hij voorbereiden op de verlossing. Heeft Ietswaart Kierkegaard niet miskend door dit weg te laten? Kort hierop antwoorden is niet goed doenlijk. Toch moet ik het proberen. Kierkegaard noemt zijn boek een psychologische studie. Het boek gaat niet over de zonde (die hij een onverklaarbaar mysterie vond) en niet over de verlossing (waaraan hij zich nog lang niet toe voelde). Ook de tweede sprong, die van het geloof (zie Labooys onterechte suggestie) wordt in dit boek niet besproken. Kierkegaards onderwerp is hier de psychologische toestand die voorafgaat aan de zonde en aan de verlossing. Dit is een van Kierkegaards meest autobiografische boeken. Hij worstelde met de vraag: hoe ben ik als eerst onschuldig wezen schuldig geworden? Een prachtig paradigma vond hij in Genesis 3 (Adam en Eva in het Paradijs). Het kernstuk van het boek (ruwweg p. 38-86 in de vertaling van Sperna Weiland) heb ik - zonder Kierkegaard in de rede te vallen! - in mijn artikel zorgvuldig weergegeven. Mij trof hoe psychologisch gedifferentieerd en bruikbaar de centrale begrippen daar zijn: vrijheid, angst, mogelijkheid, het oneindige, het niets, de sprong en schuld.
Dan komt Labooy met: ‘Ja, maar hij dacht toch vanuit zonde en verlossing door Christus Jezus, en dat cruciale punt mist Ietswaart.’ Op die manier moet elke denker elke andere wel onrecht doen, want hij heeft nooit uit precies dezelfde vooronderstellingen gedacht als die ander. Op die manier hadden Heidegger, Jaspers, Kafka, Sartre, Wittgenstein, Levinas, George Steiner, Derrida et cetera (die alien door Kierkegaard beïnvloed zijn) geen inzichten van hem mogen gebruiken, want zij deelden zijn zondeverlossinggeloof niet. ‘Ja, maar, miskent Ietswaart niet dat bij Kierkegaard “oneindigheid va