You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Anne Alvarez is een Britse kleiniaanse psychoanalytica, die sinds de jaren tachtig werkt met autistische en zeer verwaarloosde, misbruikte en borderlinekinderen. Zij beschrijft in Live Company de behandeling van een jongen met een autistiforme stoornis. Centraal in haar denken staat het concept ‘projectieve identificatie’, dat zij aanvankelijk opvatte als het ‘wegdoen en bij de ander onderbrengen van onverdraaglijke destructieve impulsen’. Haar ergernis en onrust als de jongen volledig verzonken leek in zijn autistische rituelen, begreep ze als haar eigen angst voor de zeer specifieke - maar voor haar Ik-vreemde - gevoelens van doodsheid en objectloosheid. Je bestaat niet in de wereld van het autistische kind. Alvarez bedacht dat deze patiëntjes geen ervaring hebben met de aanwezigheid van een object, niet tot leven gewekt zijn in een levende relatie, geen ‘live company’ kennen. De projectieve identificatie met de levenloosheid en de object-loosheid van hun binnenwereld noopt tot andere interventies dan het containen en ontgiften van destructief afgesplitste gevoelens. Het vasthouden van en mijmeren over de primitieve gevoelstoestanden, zoals gebruikelijk is bij vroege stoornissen, biedt onvoldoende aanknopingspunten, omdat bij deze kinderen niet eens de behoefte ontwaakt is om gevonden te worden. Op basis van haar eigen tegenoverdrachtgevoelens van schrik en wanhoop kwam ze tot een actieve aanpak die ze ‘reclamation’ noemde. Vergelijkbare gevoelens van doodsheid en objectloosheid kennen analytici die werken met zeer vroeg gestoorde of zeer getraumatiseerde volwassenen. Dergelijke patiënten moet je vóór het containen en duiden eerst leren mentaliseren: een begrip dat de laatste jaren een nieuw elan kreeg door het werk van Fonagy