You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De technische aanbevelingen van de jungiaanse analyticus Sedgwick verschillen weinig van wat we in een andere, klassieke inleiding over dynamische psychotherapie kunnen lezen. Hij legt wel meer nadruk op de gelijkwaardigheid van patiënt en therapeut. Volgens hem heeft de patiënt vooral baat bij een reëel aanwezige therapeut die enige zelfonthulling aandurft en de affectieve interactie hoger waardeert dan duiding en neutraliteit. Authenticiteit, gezamenlijke transformatie en wederzijdse participatie zijn de sleutelbegrippen. De therapeut wordt afgeschilderd als een ‘verwonde heler’, kwetsbaar in de ontmoeting met de patiënt en vatbaar voor psychische infectie. Het therapeutische kader en het contract vormen de essentiële voorwaarden om een ‘temenos’ of een heilige plaats, een innerlijk allerheiligste, tot stand te brengen. Zo kan psychotherapie een archetypische situatie worden. In de visie van Sedgwick ondergaan de embryonale psychische delen van de patiënt tijdens psychotherapie een transformatieproces. Eigenlijk sluit het jungiaanse denken meer aan bij de zelfactualisatie-opvatting van de existentieel-humanistische therapeuten. De jungianen denken vanuit een psychologie van de paradox, met aandacht voor intuïtie, individuatie, mysterie, mystiek, symboliek, transcendentie en spiritualiteit. Liefhebbers van Winnicott en Bion zullen dit boek graag lezen. Vooral de beschouwingen over de vijandigheid van de therapeut en de eindfase van de therapie zijn interessant.
M. Hebbrecht is psychiater, psychoanalytisch-psychotherapeut en psychoanalyticus.