You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Onder een begindroom verstaat men de eerste droom die in een psychotherapeutische behandeling door de patiënt wordt gebracht. Die droom kan gedroomd zijn vóór het begin van de behandeling of hij kan meegestuurd worden met de levensbeschrijving, maar dan hij komt ter sprake in een van de eerste zittingen. ‘Begindromen zijn heel belangrijk omdat zij de therapeut onmiddellijk wijzen op de onderliggende problemen van de patiënt en de aard van zijn vroege uitingen van overdracht en weerstand kunnen aangeven. Vaak geven zij een beeld van de determinanten van de neurose van de patiënt in een samengebalde vorm’ (Grinstein 1992, p. 182). Deze opvatting wordt nog steeds breed gedeeld in analytische kring, zoals reeds het geval was bij Freud, Stekel en Jung. Voor een goed overzicht zie Schulz (1973) en Perelberg (2000).
In zijn eerste droom laat de dromer zien hoe hij mensen en dingen beleeft, hoe zijn innerlijke wereld eruitziet en hoe hij zich de relatie met zijn analyticus voorstelt. Niettemin, een dergelijke begindroom is geen vanzelfsprekende zaak. Schulz (1973) kwam in een onderzoek over zesendertig analyses tot de bevinding dat zo'n veelzeggende droom zich slechts in een kwart van de gevallen had voorgedaan, en dus in driekwart van de gevallen niet. Omdat de psychotherapeut in het begin van de behandeling gewoonlijk weinig van de patiënt weet, is een werkelijke duiding van zo'n eerste droom onmogelijk. Vermoedens kan men wel hebben, maar het is zaak daarover niet te veel te zeggen. Niet alleen kan men zich vergissen, maar als men het goed heeft gezien - misschien juist dan - kan men de patiënt nodeloos aan het schrikken maken en zijn weerstand slechts vergroten. Maar iets zal men moeten zeggen, al is het maar om duidelijk te maken dat dromen van belang kunnen zijn bij dit werk en hoe daar in een analyse mee om wordt gegaan. De psychotherapeut is eropuit het werken met dromen te introduceren en het associatieve proces te stimuleren door te vragen naar invallen bij wat het