You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Dat Jung bijzondere aandacht voor de oosterse filosofie had, is voldoende bekend. Het is dus niet verwonderlijk dat een aantal westerse, jungiaanse therapeuten, die zenmeditatie beoefenden, in contact wilden komen met het boeddhisme. Dit resulteerde in een symposium dat eind mei 1999 in het beroemde Rinzai zenklooster in Kyoto (Japan) gehouden werd. Intussen hadden ook anderen van het initiatief gehoord: freudiaanse therapeuten, vooral uit Amerika maar ook uit Nederland en België. Ook kwamen enkele Japanse onderzoekers en studenten van het zenboeddhisme. De bundel Awakening and Insight is de neerslag van deze gebeurtenis, minus enkele evenwel belangrijke teksten, maar wel weer aangevuld met andere, waaronder de transcriptie van het gesprek tussen C.G. Jung en een leidend zenfilosoof, Shin'ichi Hisamatsu, op 16 mei 1958.
Een van de twee redacteuren van deze bundel, Shoji Muramoto, waarschuwt in zijn artikel Buddhism, Religion and Psychotherapy in the World Today voor de ingewikkeldheid van de problematiek. Het is waar dat Jung in Japan beter bekend is dan Freud, maar kun je hieruit wel concluderen dat er iets gemeenschappelijks is aan de jungiaanse psychotherapie en de oosterse levensvisie? Muramoto wijst op een hele reeks mogelijke misverstanden. Er is vooreerst het aparte van de Japanse situatie. Wanneer men daar psychische stoornissen behandelt, gebeurt dit volgens westers, medisch-psychiatrisch model. Echte psychotherapie is er eigenlijk niet, laat staan dat men in zen hulp voor psychische problemen zou zoeken. Zen heeft overigens in Japan een aparte geschiedenis.
Het kwam er pas vrij laat binnen en geraakte er vermengd met het shintoïsme. Het verloor in de twintigste eeuw volledig zijn vitaliteit en verschrompelde er tot een ‘civil