You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Zoals titel weergeeft staan in dit boek drie facetten van het zelf centraal. In zeventien hoofdstukken geven gerenommeerde sociaal-psychologen hun theoretische visie op het zelf. Belangrijk is dat het gaat om het zelf vanuit de sociaal-psychologische traditie en dus, simpel gezegd, om zelfbeschrijvingen in termen van persoonlijke kenmerken als ‘ik ben vriendelijk, verstandig’, in interactionele termen, bijvoorbeeld ‘als moeder van kinderen’ of in termen van de groep waartoe iemand behoort, zoals ‘ik ben sociaal-psycholoog, Nederlander’.
Het eerste deel gaat uit van de visie dat het individuele zelf primair is en het interpersoonlijke en collectieve zelf hieraan ondergeschikt. Zo speelt het collectieve zelf pas een rol als het individuele zelf ‘bedreigd’ wordt. Onderzoek laat zien dat mensen hun zelfgevoel beschermen door als cognitieve ‘redding’ een collectief standpunt in te nemen.
De theorieën in het tweede deel geven het relationele en collectieve zelf een centrale plaats. Volgens Tice en Baumeister is het zelf vooral interpersoonlijk gezien het primaire menselijke motief tot het aangaan van relaties. Zij laten zien hoe bepaalde ‘individuele’ emoties in feite interpersoonlijk zijn. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat schuldgevoel zijn oorsprong heeft in de angst om een relatie te verliezen.
In het volgende hoofdstuk beschouwen de auteurs de behoefte tot zelfexpansie als primair. Zij veronderstellen dat het zelf zich uitbreidt door de ander of de groep te incorporeren. Als argument geven zij onder meer dat proefpersonen met een intieme relatie meer diversiteit in hun zelfconcepten weergeven dan degenen zonder relatie. Bij groepen speelt ditzelfde principe; de zelfbeschrijving bevat dan ook een groepsaspect.
Een volgende artikel relateert groepsidentificatie aan de hechtingstheorie. Volgens de auteurs heeft niet alleen de dyade, maar ook de groep evolutionair een belangrijke overlevingsfunctie. De hechting aan de groep beschermt het individu en via deze hechting onts