You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het twintigste PSU-symposium, Op goed geluk, met als thema ‘vertrouwen’, werd deze keer gehouden in het Educatorium van de Universiteit Utrecht. De onwennige sfeer maakte duidelijk hoe dat wat vertrouwd is pas goed voelbaar wordt als eraan getornd wordt.
‘Vertrouwen’, wat een mooi onderwerp in een tijd waarin het voortbestaan van de psychoanalyse zorgelijk is. Deze keuze sterkte echter het vertrouwen, omdat de sprekers zich niet lieten verleiden tot een schijnhouvast in harde, kwantificeerbare begrippen, maar de uitdaging waren aangegaan om zo'n centraal begrip als ‘vertrouwen’ te doorgronden. Met citaten uit de literatuur en de ingebrachte casuïstiek maakten zij voelbaar wat misschien niet altijd volledig te kennen is. Hieraan refereerde dagvoorzitter Ad Boerwinkel door nog eens te herinneren aan het hermeneutische vermogen van de psychoanalyse.
Toni Ladan opende de rij met Het probleem van het aangekondigde einde waarin hij op indringende wijze duidelijk maakte hoe het bij aanvang aangekondigde einde van de analyse een rol speelt bij het ontstaan van vertrouwen tussen analysant en analyticus.
In de eerste contacten schat de analysant in of de analyticus in enige mate aan zijn verwachtingspatroon zal voldoen (‘identity of perception’). Pas dan, en zich in zekere zin blind houdend voor het einde van de analyse, kan hij zich toevertrouwen en zich vervolgens illusies maken, waarna geleidelijke desillusionering zal plaatsvinden. Deze gaat gepaard met een internalisering van het door de psychoanalyticus in de analysant gestelde vertrouwen.
Het vertrouwen wordt geschonden door grensoverschrijdingen, zoals bijvoorbeeld het rekken van de analyse. Het gaat dan om het onvermogen van de analyticus om de analysant te vertrouwen en het einde van zo'n intieme relatie te verdragen omdat er ‘iemand uit je leven verdwijnt die in zekere zin niet weet hoe je heet’. Gwen Marcelis hield in Het gezin als vertrouwens-basis een vurig pleidoo