You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op 6 juni 2003 kon de lentezon velen niet beletten te luisteren naar Ouderwensen, Kinderdromen, een studiedag georganiseerd door de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie. Onderwerp was het kind zijn van ouders, en het ouder zijn van een kind, niet vanzelfsprekend mijn kind, in een steeds veranderende (zorg)maatschappij waar onvruchtbaarheid ouderschap niet langer uitsluit, en ouderkoppels niet per definitie man en vrouw zijn. Vanuit haar ervaring als counselor in het Centrum voor Reproductieve Geneeskunde, sprak Patricia Baetens over de vragen van onvruchtbare heteroseksuele paren, homoseksuele paren of alleenstaanden met kinderwens. Niet alleen bewuste, maar ook onbewuste motieven van ouders om kinderen te willen hebben zijn hierbij belangrijk. Men onderzoekt de betekenis van onvrijwillige kinderloosheid voor zowel vrouw, man, als partnerrelatie. Bij donorinseminatie onderzoekt men de betekenis van vreemd genetisch materiaal voor het onvruchtbare paar en stelt zich de vraag naar donor-anonimiteit. Baetens pleitte voor openheid, daar geheimhouding de vertrouwensband ondermijnt. In de praktijk daarentegen trachten ouders de emotionele ontwikkeling van hun kind vaak te beschermen door een stilzwijgen. Homoseksuele paren weten zich voor bijkomende vraagstukken geplaatst, zoals bijvoorbeeld de gezinsstructuur van het lesbische paar. Is het een gezin met twee moeders, of één mama en een partner met al dan niet een gelijkwaardige rol in de opvoedingsverantwoordelijkheid? Ook hier speelt de vraag of de donor als ‘peter’ bij het kind betrokken moet worden en of er een mannelijk rolmodel in de omgeving te vinden is. Een laatste luik betrof ethische vraagstukken over paren met één transseksuele partner, lesbische paren of a