You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie te Pittem had voor zijn zesde studiedag twee psychotherapieverenigingen, de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en de Vlaamse Vereniging voor Gedragstherapie, samengebracht om te denken en te spreken over wetenschap en psychotherapie. Meer dan honderddertig deelnemers van allerlei psychotherapeutisch pluimage waren aanwezig binnen het aantrekkelijke West-Vlaamse kader. Weinig psychotherapiecentra hebben zulke oerdegelijke bomen en grasperken, nog minder kunnen zich beroepen op een zulk authentiek ‘kasteeltje’ als pleisterplaats. De aanblik roept bij mij geen gedachte op aan een psychotherapiecentrum, maar doet denken aan wijnkastelen en kasteelwijnen, waarbij ik alle maïs en prei uit de Pittemse omgeving even omtover tot wijnranken.
Gastheer Marc Kinet wist met een korte, maar krachtige inleiding de toon te zetten. Hij sprak over het zichtbare en het meetbare, over gedragstherapie en psychoanalyse, over de ‘Anglo's’ die de neurowetenschappen trachten te integreren (bijvoorbeeld Fonagy) en over de lacaniaanse ‘Latino's’. Klinische psychotherapie is een vorm van toegepaste psychoanalyse. Psychopathologie wordt er opgevat als uitdrukking van de levensgeschiedenis waarin zich bepaalde patronen herhalen. Doorleefd inzicht, mentalisatie, het ontdekkend bewerken van de overdrachtsrelatie zijn dan aan de orde. Het louter weten schiet volgens Kinet in de kliniek tekort: ‘Knowing more about tigers doesn't make them less dangerous.’ Psychotherapeuten zouden zich moeten scholen tot tijgerfluisteraars, aldus Kinet. Maar wat dan met de wetenschap, de meetbaarheid, de evidence-based stroming, de ‘randomized controlled trials’? In de voormiddag was het woord aan de analytici.
Rudi Ve