You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Waarom gaan mannen naar de hoeren? Niet eens zozeer om hun lusten te bevredigen, maar vooral om weer van die vrouwen los te komen. Ze betalen er liever voor dan eeuwig aan ze vast te zitten. Zó bang zijn ze voor vrouwen. Vrouwen, die volgens de Franse filosofe Luce Irigaray bestaan uit twee grote lippen die overal aangeraakt willen worden. De vrouwelijke seksualiteitsbeleving is daarom veel diffuser dan die van mannen, bij wie de seksualiteit veel meer gecentreerd is rond hun geslachtsorgaan. Deze twee uitspraken over seksualiteit zijn te vinden in de lezingenbundel van een Londense cursus over hoe er in de afgelopen honderd jaar door psychoanalytici is gedacht over seksualiteit. Het is een wonderlijk boek, dat geen chronologisch beeld geeft van hoe het denken over seksualiteit zich sinds de verschijning van Freuds Drei Vorlesungen über Sexualtheorie heeft ontwikkeld. De eerste vier hoofdstukken zijn vooral een theoretische plaatsbepaling van de seksualiteit in de afgelopen honderd jaar. Meerdere keren wordt genoemd hoe de driftleer de laatste zestig jaar wordt overschaduwd door de objectrelatietheorie: ons leven begint in eerste instantie niet met lustbevrediging, het kind heeft allereerst behoefte aan een object. Bowlby benadrukt de rol van de evolutionaire biologie en de instincten in de ontwikkeling van het kind, maar richt zijn aandacht op hechting: de drift om dicht bij het object te blijven om zich veilig te voelen. Hij formuleert mooi hoe het een niet zonder het ander kan: het gaat om de drift naar de ander. Ook maakt het boek duidelijk dat ieder tijdsgewricht en iedere cultuur een eigen invloed heeft op de seksualiteitsbeleving. Toch zijn er in het boek wel een aantal verschuivingen