You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Fairbairn wordt getypeerd als een eigenzinnige figuur, geïsoleerd levend in Edinburgh, die weinig contact onderhield met zijn opponenten in Londen. Men situeert hem binnen de onafhankelijke middengroep (De Rijck 1996, 2001). Fairbairn gaat ervan uit dat de libido objectgericht is. Niet het Oedipuscomplex vormt de hoeksteen van de psychoanalytische theorie, wel de infantiele afhankelijkheid van de moeder. Volgens hem komt de schizoïde toestand, de basis van alle psychopathologie, tot stand wanneer liefde niet beantwoord wordt. Met zijn beschrijving van een transitioneel stadium loopt Fairbairn vooruit op Winnicott, die van zijn werk op de hoogte is geweest maar dit nooit heeft toegegeven.
Alhoewel het pionierswerk van Fairbairn lange tijd miskend bleef, geniet hij sinds 1980 een groeiende belangstelling, vooral in de Verenigde Staten. De interesse voor Fairbairn komt tot uiting in congressen die op grote belangstelling kunnen rekenen. Fairbairn and Relational Theory is een bundeling van papers die ter gelegenheid van een internationaal congres, in oktober 1999 te Lissabon, werden gepresenteerd.
Kernberg beschrijft hoe de geïnternaliseerde vroege objectrelaties van seksueel misbruikte borderlinepatiënten in de overdracht worden gereactiveerd waarbij de objectrepresentatie wordt geprojecteerd op de analyticus terwijl de patiënt de corresponderende zelfrepresentatie uitageert, of omgekeerd. Volgens Kernberg dreigt Fairbairn de ‘derde positie’ van de analyticus uit het oog te verliezen. De analyticus dient ook een buitenstaander te blijven die het gebeuren van een afstand observeert en erover nadenkt.
Fairbairns dochter Ellinor onderzoekt waarom het werk van haar vader ook nu nog actueel is. Fairbairn is in zijn psychoanalytische werk beïnvlo