You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In de serie Routledge Critical Thinkers hebben de uitgevers de auteurs een aantal opdrachten en vragen meegegeven waarmee zij hun onderwerp te lijf moeten gaan. Deze richtlijnen heeft Royle op een zeer originele wijze gehanteerd. Regelmatig werd ik bij het lezen verrast door gedachtewendingen en onverwachte doorkijkjes op het werk van Derrida. In deze Routledge-serie zijn eerder denkers als Jean Baudrillard, Maurice Blanchot, Judith Butler, Gilles Deleuze, Sigmund Freud, Martin Heidegger, Jean François Lyotard en Paul Ricoeur de revue gepasseerd. Behalve Freud, Heidegger en Ricoeur zijn deze denkers niet zo bekend in Nederlandse psychoanalytische kringen. Hetzelfde is volgens mij het geval met Derrida. Hij heeft de naam een duister denker te zijn. Enkele teksten van hem zijn in het Nederlands vertaald maar daarmee is niet gezegd dat zijn gedachtegoed hier wordt geapprecieerd. Dat ligt wat anders in Engeland en de Verenigde Staten, waar Derrida vrij populair is aan colleges en universiteiten, zo populair zelfs dat Sokal en Bricmont het nodig achtten tegen deze stroming in te gaan met een nogal primitief pamflet met als titel Impostures intellectuelles (Sokal & Bricmont 1997). Zij fulmineren hierin tegen een ‘onwetenschappelijke denktrant’ en het gebruik van terminologie die is ontleend aan de fysica. Onterecht vinden deze auteurs hem misleidend voor de aankomende intelligentsia van Amerika. Het commentaar van Derrida op deze aanval op het postmodernisme was kort maar krachtig: ‘Les pauvres.’
Wat houdt het denken van Derrida in? Niets minder dan een breuk in de geschiedenis van de westerse filosofie volgens de filosoof Emmanuel Levinas (De Schutter 1996). Het werk van Derrida betekent een cesuur in het westerse denken, waarin de