You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Als een kind steeds maar weer ‘waarom?’ vragen en met een soort kinderlijke naïviteit het antwoord afwachten, dat zo vaak nieuwe verwondering oproept. Er genoegen mee nemen dat er soms geen antwoord mogelijk is, of dat het antwoord op zich laat wachten. Dat zijn noodzakelijke eigenschappen voor een praktiserend analyticus of een wetenschapper die vanuit de psychoanalyse de werkelijkheid wil doorgronden. In het eerste nummer van deze jaargang doen vier auteurs verslag van hun vragen, van de antwoorden daarop en soms van het ontbreken van antwoorden.
Weet u bij wie Helene Deutsch, Edward Glover, James Strachey, Melanie Klein, Sandor Rado, Theodor Reik en Alix Strachey in analyse zijn geweest? Als u het antwoord niet weet, behoort u tot de lezers die Anna Bentinck wil bereiken met haar artikel Karl Abraham, een vergeten analyticus. Naar aanleiding van een heruitgave van de briefwisseling tussen Abraham en Freud vraagt zij zich af hoe het mogelijk is dat deze belangrijke man een zo weinig prominente plaats krijgt in de geschiedenis van de psychoanalyse. Het is indrukwekkend hoe Abraham in Berlijn in relatief korte tijd een bloeiende psychoanalytische gemeenschap weet op te bouwen, in 1920 het eerste psychoanalytische instituut opricht en zo'n honderd artikelen publiceert. Zijn Berlijnse opleidings-model ligt nog altijd ten grondslag aan de opleidingsrichtlijnen van de International Psychoanalytic Association. In de briefwisseling blijkt dat Abraham en Freud bij voortduring eikaars concepten van artikelen becommentarieerden, wat nog weer eens bevestigt hoe de ontwikkeling van de psychoanalytische theorie een zaak was van intense samenwerking tussen veel oorspronkelijke denkers. Interessant dat dochters Hilda Abraham en Anna Freud ook het vak ingaan en bevriend raken. Bentinck schetst hoe Hilda Abraham,