You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De innerlijke belevingswereld vormde traditioneel het domein van de psychoanalyse en aanverwante disciplines. Neurowetenschappers beschouwden subjectieve mentale toestanden, zoals bewustzijn, emotie en dromen, niet als serieuze onderzoeksgebieden. De laatste jaren is hier duidelijk verandering in gekomen. Door ontwikkelingen als de neergang van het behaviorisme en het beschikbaar komen van technologie waarmee het functioneren van de hersenen zichtbaar kan worden gemaakt, zijn deze onderwerpen in de afgelopen tijd in verschillende neurowetenschappelijke laboratoria in het centrum van de onderzoeksbelangstelling komen te staan. Dit heeft geleid tot een explosie aan nieuwe inzichten.
In hun boek pakken Solms en Turnbull in zekere zin de draad op waar Freud deze aan het eind van de negentiende eeuw noodgedwongen los moest laten. Noodgedwongen, gezien de toenmalige stand van zaken op het gebied van de neurologie en de neurofysiologie, en niet omdat Freud een tegenstander van neurologische verklaringswijzen was.
Na een inleiding in de neuroanatomie en de neurofysiologie, nodig om hun betoog enigszins te kunnen volgen, staan zij uitvoerig stil bij de vraag wat ‘mind’ eigenlijk is. ‘Mind’ als zodanig is onbewust, maar door naar binnen te kijken, kunnen we aspecten ervan bewust waarnemen: Hoe voel ik mij in een steeds veranderend lichaam en in een steeds veranderende wereld? De essentie van ‘mind’ is naar hun mening dan ook niet het vermogen tot intelligent gedrag, maar het vermogen tot subjectiviteit. Het concept ‘mind’ is onlosmakelijk verbonden met het observerend perspectief vanuit de eerste persoon.
Vervolgens behandelen zij de revolutie die zich in de cognitieve neurowetenschappen heeft