You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Hoewel de titel dat niet aangeeft, gaat Diagnostiek in de praktijk specifiek over het intakegesprek in de psychoanalytische praktijk. Het boek is geschreven voor studenten in de psychologie, sociale wetenschappen en voor hulpverleners in de (psychoanalytische) praktijk. De auteur is psychotherapeut-psychoanalyticus en is hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse. Hij schreef diverse andere boeken op dit terrein.
In het eerste hoofdstuk beschrijft hij hoe het intakegesprek daadwerkelijk gevoerd moet worden. De intake heeft verscheidene doelstellingen, die verder gaan dan het verzamelen van informatie om tot een diagnose te komen. De cliënt moet ook worden gemotiveerd en zich veilig voelen tijdens het gesprek. Dit bereikt men door verschillende therapeutische technieken toe te passen, die in dit hoofdstuk beschreven worden. Schalkwijk stelt - volledig terecht - dat de doelstellingen van het intakegesprek het best bereikt kunnen worden in een zitting die, in ieder geval vanuit het oogpunt van de therapeut, zeer gestructureerd is. Deel 2 gaat over het verzamelen van informatie tijdens de intake vanuit verschillende - voornamelijk psychoanalytische - referentiekaders. In de hoofdstukken 2, 3 en 4 vindt men informatie over het driftmodel, het objectrelationele model, de zelfpsychologie en de functie van afweermechanismen. Hoewel in de psychoanalyse het volwassen karakter wordt gezien als de neerslag van de ontwikkeling in de kinderjaren, ligt het accent - volgens Schalkwijk - in de intake grotendeels op het hier-en-nu. Ook het gedrag van de cliënt tijdens de intakezitting kan veel informatie bieden, als je maar weet waar je op moet letten.
In de drifttheorie van Freud wordt de menselijke psyche als een intrapsychisch systeem beschouwd (Es, Ik, Boven-Ik). De mens, gedreven door zijn seksuele en agressieve driften, doorloopt verschillende ontwikkelingsfasen (oceanisch, oraal, anaal, en fallisch-oedipaal) om zijn driften te leren beheersen. Zo ontstaat een karakter