You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Op 30 januari jongstleden vond in Amsterdam de negende studiemiddag van het Nederlands Psychoanalytisch Instituut plaats. Tijdens de studiemiddag werden de luisteraars meegenomen in de wereld van kinderen met regulatieproblematiek. Dit verschafte inzicht in de psychoanalytische theorievorming, diagnostiek en behandeling, en verried zo nu en dan iets van de regulatievaardigheden van de diverse sprekers en luisteraars.
In haar inleiding benadrukte Irene Mettrop-Wurster dat er voor de psychoanalyse nog veel te onderzoeken en te ontdekken is op dit gebied. Marja Rexwinkel besprak op enthousiaste wijze de behandeling en ouderbegeleiding van een pasgeboren baby. Ze liet zien dat gehechtheid een dyadische interactieve regulatie van emotie is, de door Stern genoemde ‘perfect dance’ tussen ouders en baby. Affectregulatie kan gezien worden als een capaciteit die ontstaat binnen de dyade. Het wegkijken en zich afwenden door de baby van de moeder kan gezien worden als zelfregulatie. De moeder die goed is ‘ingetuned’ op de baby, zal afstand nemen. Daarna kan de baby weer toenadering zoeken. Hoe groter het vermogen tot reparatie van deze ‘mismatches’ is, des te groter de kans op een veilige hechting van het kind na twaalf maanden . Fonagy en Target spreken van een Interpersoonlijk Interpreterend Mechanisme (IIM) dat de vroege relatie tussen ouder en baby uitrust met een informatieverwerkingssysteem dat de zelfregulatie van het kind ondersteunt.
Verschillende interactiestijlen van vaders en moeders kwamen aan de orde. Aanwezigheid van beide interactiestijlen zorgt voor een beter ontwikkelde affectregulatie. Het intrapsychische vermogen van een kind (met ongeveer achttien maanden) om de relatie tussen de ouders te kunnen zien draagt ook een regulerend vermogen in zich (triangulatie). Immers het kind bevindt zich in de positie dat het over de relatie tussen de ouders kan denken. Pine noemt tevens intrapsychische vaardigheden als het kunnen ervaren van schaamte, schuld, trots en afwij