You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Contemporary Jungian Clinical Practice heeft tot doel, aldus de redacteurs, de kwaliteit te illustreren van het klinische werk van de practici die deel uitmaken van de British Association of Psychotherapists (Jungian Section). Men wil ermee bewijzen dat de leden van deze associatie aan strenge eisen beantwoorden op het gebied van de analytische theorie en praktijk. We leven natuurlijk in een tijdperk van evidence-based medicine, en dito psychotherapy, maar als lezer ben ik er niet zo op gesteld om in een scheidsrechtersrol te worden geplaatst. Ik verwacht méér van het boek dat ik in handen heb. De contribuanten zijn in ieder geval geslaagd, cum laude.
Het eerste deel bevat vier bijdragen van opleidingskandidaten. Het zijn degelijke klinischtheoretische werkstukken, die naar mijn gevoel de toelating tot het lidmaatschap ten volle rechtvaardigen. Ze brengen echter weinig nieuws.
In het tweede deel geven zes oudgedienden een verslag over de ‘maalstromen en stagnaties’ die zij bij intensief klinisch werk ondervonden. Ook hier solide opstellen en interessante klinische beschrijvingen, maar weinig inspirerende nieuwe inzichten. Alleen Nathan Field, met zijn bijdrage Psychotherapy as a two-way process (p. 165-181), prikkelde mijn interesse. Zijn titel doet een ‘intersubjectieve benadering’ vermoeden; hij beschrijft therapeutische ervaringen die moeilijk in woorden te vatten zijn. Jung stelde hiervoor de alchemistische term ‘coniunctio’ voor; Marion Milner had het over ‘god-delijke’ ervaringen, waarin het bewustzijn het ganse lichaam doordrenkt; Balint noemde het een ‘harmonische en wederzijds doordringende verwarring’, en Margaret Little sprak over ‘primaire ongedifferentieerdheid’ (p. 175). Volgens Masud Khan zijn sommige patiënten hardnekkig op zoek naar deze toestand; zij reageren met ‘weerstand’ en negativiteit tegen discriminerende interventies die geen rekening houden met deze behoefte: differentiëring is belangrijk, maar te vaak wordt ze toegediend op een al te splits