You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Onze aandacht is gewekt door een prikkelende titel! Zal Sex, Death and the Superego ons inwijden in de geheimen van sex en dood die de psychoanalyticus mag beluisteren in de beslotenheid van zijn stille kamer? Zal Britton de stem van zijn geweten negeren en ons laten delen in het allerintiemste dat zijn patiënten hem hebben toevertrouwd? Met uitzondering van de pikante verhalen over Anna O. en Sabina Spielrein is dit boek een geheel van goed doordachte psychoanalytische essays. De eerste hoofdstukken behandelen de hysterie, dan volgen enkele bijdragen over de relatie tussen Ik en Boven-Ik en ten slotte een bespreking van narcistische problematiek.
Volgens Britton is de hysterie niet van het analytische toneel verdwenen maar ten onrechte weggegooid in de ‘borderlinevergaarbak’. In de hysterie verwacht de patiënte de exclusieve liefde van de analyticus en houdt ze krampachtig vast aan een overdrachtsillusie die de andere erotische banden die de analyticus heeft, negeert. Anders dan bij de behandeling van borderlinepatiëntes voelt de analyticus zich niet gevangen of geterroriseerd maar juist heel bijzonder. Dit gevoel lokt hem in de valkuil van de erotische tegenoverdrachtsneurose. Hiervan zijn voorbeelden bekend uit de begintijd van de psychoanalyse: Breuer, Jung, Ferenczi; maar ook recentelijk: Masud Khan en de gevallen beschreven door Gabbard en Lester. Deze erotische tegenoverdracht wordt als volgt getypeerd. De analyticus voelt zich opgetogen over een patiënte die zijn creativiteit aanwakkert en zijn duidingen telkens met interessant materiaal beantwoordt. Hij voelt zich een ontdekker die - via haar - verborgen regionen van de menselijke psyche binnentreedt. Geleidelijk groeit een romantische illusie die hij niet durft door te prikken, vanuit de rationalisatie dat dit voor haar een te pijnlijke desillusie zal betekenen. Analyse van deze situatie maakt duidelijk dat de patiënte de analyticus verleidt in zijn rol van de geïdealiseerde, seksuele vader uit zijn eigen o