You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Coles opent intrigerend met de stelling dat we allen de wens koesteren het enige kind van onze ouders te zijn. Als enig kind zouden we kunnen leven in een wereld zonder conflict en steeds met zekerheid het meest geliefde kind zijn. Volgens Coles lijkt de psychoanalytische theorie zich deze wens eigen gemaakt te hebben: broers en zussen zijn - geeft de auteur aan - een zeldzaam thema in de literatuur. Ze noemt de focus op de triade ‘comfortabel’, de klemtoon op het Oedipuscomplex als centraal voor de psychische ontwikkeling een oversimplificatie. Wanneer Oedipus zo centraal staat, hoeft er geen rekening te worden gehouden met broers en zussen.
Nochtans beschouwt de auteur - vanuit een objectrelationeel standpunt - relaties met broers en zussen en de ‘ervaringen’ die daarin worden opgedaan als vormend voor de innerlijke wereld. Wanneer er broers en zussen zijn, spelen ze een betekenisvolle rol in onze emotionele en seksuele ontwikkeling. Ze werpt daarom de vraag op waarom de psychoanalytische theorie de kracht van de relaties met broers en zussen zo vreest.