You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Vragen aan Freud is een nieuwe reeks, opgezet met het oogmerk de psychoanalyse te (re)actualiseren. Het accent ligt zowel op een kritische als een welwillende benadering van dit gedachtegoed, zo meldt de achterflap. Met het eerste boek uit deze reeks wordt dit in elk geval bevestigd. Zelfs meer, de auteur - postdoctoraal onderzoeker aan de KU Nijmegen - stelt Freuds denken tegenover de filosofie en de hedendaagse (neuro)wetenschappen. Door daarbij de psychoanalyse in de eerste plaats als een antropologische theorie te beschouwen (p. 16) komt juist de actuele relevantie tot zijn volle recht. Immers, deze openheid naar ‘de mens en zijn lotgevallen’ (Vergote & Moyaert 1988) in tijden van objectivering kan alleen maar toegejuicht worden.
Met dit ‘zware’ uitgangsgeschut weet de auteur echter origineel om te springen. Wanneer je, zoals hij, de psychoanalyse ziet als een geheel van vragen - ‘Niet de antwoorden maar de vragen maken Freud zo boeiend’ (p. 132) - dan opent zich een heel ander perspectief, waarin dogmatisme en reductionisme geen plaats hebben. In een heldere stijl stelt de auteur zes vragen.
De eerste drie vragen geven een beeld van de freudiaanse psychologie. Als we onszelf bedriegen, wie bedriegt dan wie? behandelt censuur en verdringing. Vooral belangwekkend is de hypothese van de auteur over het onpersoonlijke van de onbewuste censuur (tegen de ‘homunculus'idee in). Betekenen dromen iets? gaat vanzelfsprekend over deze ‘via regia’ met een doortastend ter discussie stellen van de klassieke droomduiding. In Waarom zijn grappen grappig? wordt het onderscheid tussen scherts, grap en humor en hun rol in de psychische huishouding belicht.
De twee volgende vragen brengen de driftentheorie (opnieuw) in de belangstelling. Waarom houden mannen van (vrouwen met) hoge hakken? heeft het over de fetisjistische splitsing. De Block toont overtuigend aan dat het eerder om een synthese gaat! Tevens is de kern van dit hoofdstuk zijn constatering dat het castratiecomplex minder b