You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Lichaamsbeleving en seksualiteit. Ooit waren dit de pijlers binnen de psychoanalytische theorie. Tegenwoordig lijken ze in de nadruk op de hechtingstheorie te verdwijnen naar de achtergrond. Toch zijn ze nog steeds belangrijk en vandaar deze eenentwintigste PSU-studiedag in de Janskerk in Utrecht. Een kerk overigens met een niet zo prettige akoestiek en in contrast met de intimiteit van het onderwerp. Jaap Ubbels gaf in zijn lezing een theoretischhistorisch overzicht waarin hij liet zien hoe het relationele, de wederkerigheid in de ouderkindrelatie, toenemend van belang is geworden in de visie op ontwikkeling van seksualiteit. Bij Freud en binnen de Anglo-Amerikaanse theorie stond het endopsychische meer centraal, binnen de Franse analyse bestond altijd al meer aandacht voor het objectrelationele, waardoor een aansluiting met huidige theorievorming (hechtingstheorie) makkelijker te maken valt. De ouder, doorgaans de moeder, brengt in het contact met de baby haar sensualiteit en opwinding over en laat daarin haar genot zien. Vanuit deze intensieve relatie ontwikkelt zich de seksualiteitsbeleving. Ubbels benadrukte het intersubjectieve: betekenissen ontstaan in een wederzijdse relatie. Vanwege dit intersubjectieve zal voor iedereen de betekenisverlening van seksualiteit verschillend zijn. Dit is een belangrijk thema in de ontwikkeling, en dus ook in een behandeling.
Ook Marijke Lenstra kwam terug op de freudiaanse theorie, en beschreef het ontstaan van seksuele problematiek met casuïstiek ter illustratie. Bij haar voorbeelden uit de analytische praktijk ontstond enige onrust in de zaal. Zo duidde zij de seksuele problematiek aan de hand van de problemen die een cliënte zou ondervinden met de openlegging van allerlei buizen bij het verbouwen van haar huis. De manier waarop de concrete externe realiteit werd behandeld als een symbolische wekte ook bij mij enige bevreemding, omdat het niet duidelijk werd op welk affect dergelijke duidingen werden gebaseerd. Na dit meer kl