You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Michael Vannoy Adams noemt zichzelf een ‘jungiaans psychoanalyticus’. Op de boekomslag prijkt een cartoon: Jung en Freud broederlijk naast elkaar gezeten, de ene met een pijp, de andere met een kingsize sigaar. En Adams verzucht: hoe mooi zou het geweest zijn als die twee vrienden waren gebleven! Ik weet het zo nog niet… Toch verwacht ik dan een boek waarin de auteur zich beweegt binnen het spanningsveld tussen de twee pioniers; de al te imaginaire uitschieters van Jungs overigens originele vondsten kunnen dan ‘psychoanalytisch’ worden opgevangen, dit wil zeggen aandachtig onderzocht binnen een rigoureus kader en onderzocht op hun symbolische betekenis.
Helaas evacueert Adams al te snel de freudiaanse pool, die hij reduceert tot de opvattingen van vóór de Eerste Wereldoorlog (de periode van het dispuut tussen Freud en Jung). Ook de kleinianen worden gekarikaturiseerd. Enkele hedendaagse freudianen, zoals Fosshage en Eigen (die ik persoonlijk als te onkritisch jungiaans beschouw), vinden genade in zijn ogen, maar voor de rest laat hij uitschijnen dat de psychoanalyse geen enkele historische ontwikkeling kende gedurende de laatste eeuw. Adams pleit voor een psychoanalyse van de verbeelding: het fantasieprincipe moet het realiteitsprincipe onttronen! Fantasie moet dan niet worden begrepen als wensvervulling, maar als een ‘natuurlijke levensuiting, die we hoogstens kunnen verstaan, maar niet corrigeren’; ze is ‘het natuurlijke leven van de psyche, de irrationele creatieve factor ervan’ (Jung 1963, § 1249). De psyche creëert spontaan en autonoom beelden, en deze beelden moeten we ernstig nemen: ze bieden ons de kans om onze bewuste houding te corrigeren. Dromen en fantasieën hebben dus een compenserende werking, en staan zo ten dienste van de individuatie. Ik kan het hiermee eens zijn, maar ik mis bij deze uitspraken enige ‘freudiaanse’ reserve. Zeker, beelden zijn belangrijk, en we moeten ze respecteren. Dit betekent echter niet dat we hun imaginaire boodschap klakkeloos