You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De jaarlijkse studiedag van de Nederlands-Vlaamse Stichting Psychoanalyse en Cultuur vond dit keer in Gent plaats, en wel in samenwerking met de vakgroep Psychoanalyse van de universiteit aldaar, die onder voorzitterschap van Paul Verhaeghe staat. In het fraaie ‘Pand’ in het centrum van de stad werden - niet voor het eerst in de geschiedenis van de Stichting - de relaties tussen literatuur en psychoanalyse voor een geheel gevulde zaal in een zevental voordrachten van verschillende kanten belicht. De aankondiging van het symposium had een ambitieus programma geschetst, waarin de analytici aangeraden werd hun inspiratie weer in de literatuur te zoeken, en wel in de postmoderne, want de schrijver is ons immers altijd voor. ‘Misschien moeten de analytici over de schreef gaan. Bijtijds, om bij de tijd te zijn.’ Het lezen van literatuur is inderdaad, aldus Adam Phillips, de beste voorbereiding voor een psychoanalytische opleiding. De meeste referenten wisten ons met verve hiervan te overtuigen, zonder daarbij over de schreef te hoeven gaan - en zonder overigens, met uitzondering van Solange Leibovici, postmoderne boeken als onderwerp te kiezen. Als men onder het ideale symposium een programma verstaat waarvoor de sprekers hun voordrachten op elkaar afstemmen en zich tot een specifieke vraagstelling beperken - bijvoorbeeld: Freud en zijn tijdgenoten interpreteerden een heel ander soort literatuur dan de huidige, wat kunnen wij nu van de hedendaagse literatuur leren? - dan bleven er dus nog enige wensen onvervuld.
Hubert Van Hoorde, psychiater en psychoanalyticus te Gent, die ook als moderator optrad, behandelde in kort bestek de - natuurlijk problematische - moderne mannelijkheid aan de hand van Apuleius’ Gouden Ezel en, bien étonnés de se trouver ensemble, Billy Wilders hilarische film Some Like It Hot . Zeker, film- en literatuuranalyse zijn verwante disciplines, beide houden zich met narratieve ‘teksten’ bezig, maar de verschillen tussen het medium van het woord en dat v