You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Ik heb Transference-Focused Psychotherapy bij borderline persoonlijkheidsstoornis met veel plezier gelezen. Zoals de titel laat vermoeden, wordt de op de overdracht gerichte psychoanalytische psychotherapie voor borderlinepatiënten, zoals deze ontwikkeld is door Kernberg e.a., in een Nederlandstalige versie uiteengezet. Met behoud van de psychoanalytische kernbegrippen als ‘overdracht’, ‘weerstand’ en ‘interpretatie’, wordt bij deze manier van werken de aandacht van de therapeut voortdurend gelegd bij het verhelderen, confronteren en interpreteren van de geactiveerde en afgeweerde zelf- en objectvoorstellingen zoals die in de therapeutische relatie in het hier en nu zichtbaar worden. De objectrelatietheorie neemt dan ook een centrale plaats in.
Aanvankelijk riep de stijl van het boek bij mij wat weerstand op. Dit, omdat het boek door zijn uiterst gestructureerde indeling in verschillende delen, telkens opgebouwd uit eenvoudige vragen, mij deed denken aan een protocollaire behandeling of handleiding die zomaar door eender wie gevolgd kan worden. Dit leek een stijlbreuk met de manier waarop ik de opleiding psychoanalytische psychotherapie gedoceerd kreeg. Maar deze persoonlijke weerstand zegt niets over de waarde van dit werk, want de voorbeelden zowel van patiëntenmateriaal als van reacties van de therapeut hierop, waren voor mij een welkome aanvulling en inspiratiebron in mijn werk. Dit lag vooral aan de herkenbaarheid van situaties uit de dagelijkse praktijk, die hier op heldere manier worden geformuleerd. Het boek omvat een schat aan klinisch materiaal, waarbij interventies en interpretaties van de therapeut ook letterlijk weergegeven worden. Kenmerkend hierbij is dat ‘alles of niets’ -stellingen over de patiënt, die een reflectie zijn van hoe borderlinepatiënten over zichzelf en anderen praten, vermeden worden. In plaats daarvan wordt verwezen naar de verschillende kanten van de patiënt. Dit stelt de therapeut in staat een samenwerkingsverbond op te bouwen met het