You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Toen ik mijn maidenspeech hield voor de Nederlandse Vereniging voor Psychoanalyse, zei een goedbedoelende collega na afloop tegen mij: ‘Gefeliciteerd, nu hoor je erbij!’ Ik dacht bij mijzelf: ‘Was het daar allemaal om begonnen?’ Met jarenlange vertraging expliciteert Who oums psychoanalysis? mijn ongemak van destijds. Hinshelwood (p. 52) zegt het zo: ‘There is an implicit symmetry between owning and belonging; you can be owned by the group whose ideas you own.’ Tegen dat laatste verzette ik mij.
Dit boek is ingedeeld in vier secties: academie, geschiedenis, politiek en wetenschap. De overlap tussen de hoofdstukken stoort niet. Wat wel stoort is dat de integratie van de veelsoortige gegevens geheel aan de lezer wordt overgelaten. Qua theoretische richting is dit boek oecumenisch: lacanianen komen aan het woord, de redacteur is een jungiaanse analytica. Een aantal bijdragen zijn kritisch over de exclusiviteitsaan-spraken van de British Psycho-Analytical Society (BP-AS) en de IPA. Beide organisaties werden daarom uitgenodigd om een weerwoord te geven, maar er was niemand die dat wilde doen. Onder het hoofdje ‘Academie’ zijn vier hoofdstukken gegroepeerd. Burgoyne betoogt dat binnen de psychoanalyse te veel energie verspild wordt aan controverses, ten koste van haar wetenschappelijke missie.
Szasz vertolkt zijn al dertig jaar beleden standpunt dat de hedendaagse psychoanalyse moreel bankroet, intellectueel corrupt en professioneel dood is. Hij lardeert deze stellingen met smeuïge tegenstrijdigheden in het werk van Freud. Hinshelwood, al even genoemd, benadrukt het onderscheid tussen materieel, juridisch eigendom en het psychisch eigendom van ideeën, dat kan leiden tot de vorming van een bepaald groepsideaal. Tegenidentificaties zorgen ervoor dat de groepsgrenzen bewaakt worden. Hij vindt dat een psychoanalytische opleiding expliciet aandacht moet besteden aan de archeologie van het vigerende groepsideaal. Hij heeft daarbij de historische bepaaldheid van de grensoorlogen t