You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het concept ‘onbewuste fantasie’ neemt een centrale plaats in binnen de psychoanalytische theorie en techniek. Maar dat betekent niet dat er onder analytici duidelijkheid en overeenstemming bestaat over vragen als: Wat verstaan we precies onder een onbewuste fantasie? Welke plaats neemt zij in binnen de psyche? Hoe is haar relatie met dagdromen? In welke ontwikkelingsfase komt zij tot stand? Hoe oefent zij haar invloed uit? Et cetera. Unconscious phantasy, onder redactie van Riccardo Steiner, geeft op deze vragen maar zeer ten dele antwoord. Het vormt vooral een inventarisatie van de ontwikkeling die het concept ‘onbewuste fantasie’ in de loop van de jaren heeft doorgemaakt en dat dan met name vanuit de visie van Engelse analytici. (Het boeiende artikel van Anne Erreich, 2003, vormt een recente poging tot (her)definitie van het concept vanuit de Amerikaanse mainstream. Zij maakt daarbij ook een verbinding met de gehechtheidstheorie.)
Steiner begint het boek met een zeer uitvoerige inleiding waarin hij vanaf Freud de geschiedenis van het concept volgt. Hij signaleert daarbij onder meer de splitsing die is opgetreden bij de vertaling van de term ‘die Phantasie’. Freud verwees daarmee zowel naar bewuste en voorbewuste fantasieën, die soms onbewust konden worden, als naar fantasieën die nooit bewust waren geweest. In de Engelse vertaling werd voor de groep bewuste en voorbewuste fantasieën de term ‘fantasy’ gebruikt, terwijl onbewuste fantasieën met de term ‘phantasy’ werden aangeduid. Het is een mijns inziens nodeloos verwarrend onderscheid, dat ook een rol heeft gespeeld in de Controversial Discussions tussen kleimanen en freudianen en tot op de dag van vandaag door de kleinianen, waaronder Steiner zelf, wordt gehanteerd. In dit verschil in schrijfwijze gaat ook een verschil in opvatting over de ontstaanswijze van onbewuste