You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Slenterend in het Franse Dijon kocht ik tijdens mijn zomervakantie in een soort Bruna een populair-wetenschappelijke inleiding tot de psychoanalyse van Lacan: Le divan, c'est amusant Ik denk niet dat een Nederlandse uitgever een dergelijke titel zou toestaan. Dat kan slechts in een land waar de psychoanalyse nog levendig aanwezig is. Toen een aantal collega's en ik in 1999 een populair-wetenschappelijke inleiding tot de psychoanalyse met veel casuïstiek publiceerden, drong de uitgever aan op de titel Het diepst van je gevoel. Beide uitgevers hebben een sterk verschillend beeld van de psychoanalyse. Uit de eerste titel spreekt optimisme, uit de tweede zwaarte. De eerste titel biedt de analyse aan als een actuele methode, vergelijkbaar met RET of NLP, de tweede suggereert existentieel tobben. Op abstract niveau is het steeds weer fascinerend om te zien hoe verschillend de psychoanalytische scholen en de theorievorming zich verder ontwikkelen. Dit wordt zowel in de boekbesprekingen als in twee artikelen in dit nummer zichtbaar.
Zo werd ik verrast door Psychodynamik des Stotterns, in dit nummer gerecenseerd door Hendrik Kajosch, van de psychotherapeut en klinisch psycholoog Kollbrunner. Hij beschrijft hoe een werkgroep van een KNO-afdeling van het universitaire ziekenhuis van Bern bij bestudering van de literatuur en de aangeboden methoden tot de conclusie kwam dat de schrijvers en de hulpaanbieders zelf stotteraars waren. Een herbezinning op de theorie van het stotteren was daarom de eerste stap van de werkgroep, wat leidde tot een psychodynamische theorie erover. Basale aanname daarin is dat er sprake is van een verwikkeling in verwarrende gedragspatronen van de ouders. In hun psychodynamische therapieconcept wordt vooral rekening gehouden met intergenerationele aspecten. De auteur verwacht eenzelfde benadering te kunnen ontwikkelen voor stoornissen als dyslexie, dyscalculie en dergelijke. Interessant dat, gestart vanuit een medisch standpunt, de werkgroep uiteindelijk