You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Zaterdag 4 juni vond het tweeëntwintigste PSU-symposium plaats in de Janskerk te Utrecht. Op een wat druilerige dag werden we meegenomen in een rêverie met als thema de onbewuste relatie tussen analyticus en analysant.
Na de inleiding door Ad Boerwinkel, die de aandacht van het weer buiten naar binnen in de kerk wist te leiden, was het Jef Dehing die het spits afbeet om zich te wagen aan een theoretische onderbouwing van het ruime begrip ‘onbewuste relatie’. Hierbij maakte hij gebruik van Bion, die drie verschillende lagen van het bewustzijn onderscheidde. De preconcepties, de bèta-elementen en de alfa-elementen. Kort gezegd, gaat Bion ervan uit dat de baby over een aangeboren onbewuste virtuele preconceptie beschikt (bv. aangeboren weten van de borst) die pas door het aanbieden van een realisatie van die preconceptie (de borst), tot een emotionele ervaring kan leiden. Bèta-elementen kunnen alleen afgesplitst worden en door projectieve identificatie door de moeder verteerd worden en in voor de baby behapbare alfa-elementen (representaties zoals dromen) worden omgezet. Deze alfa-elementen kunnen verdrongen worden, en zijn dus deels bewust en deels onbewust. Doel van de psychoanalytische behandeling is volgens Dehing de analysant te leren zijn eigen bèta-elementen om te zetten in alfa-elementen (mentaliseren) én helpen wat verdrongen is door duiding bewust te maken (bewuste alfa-elementen).
Hierna nam Annette Watillon het over met een zo nu en dan lastig verstaanbare maar tot de verbeelding sprekende voordracht over de rol van de droomcapaciteit van de moeder in het ontwikkelen van het denken van de baby. Lebovici heeft aangetoond dat moeders gedurende ongeveer twee jaren na de geboorte van hun kind meer toegang hebben tot hun eigen onbewuste en daarmee een grotere capaciteit tot rêverie hebben. Deze vaardigheid stelt moeders in staat om de door de baby geprojecteerde gevoelens op te nemen, te verteren en terug te geven. De moeder vervult de rol van ‘container’ en geeft