You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Na een kort inleidend hoofdstuk schetst Susan Kavaler-Adler in Mourning, Spirituality and Psychic Change een nieuwe metapsychologie voor psychische gezondheid vanuit een klinische fenomenologie. Melanie Klein (fenomenologie) en Ronald Fairbairn (structurele theorie) zijn de twee auteurs wier visie ze in het boek ontwikkelt. Interessant in haar betoog is het verband dat ze legt tussen (niveaus van) rouwen en (niveaus van) psychisch functioneren (via het internalisatieproces). Therapie als een rouwproces is een voor de hand liggende maar niet vaak verwoorde gedachte. De auteur besteedt veel aandacht aan de inhoud van de termen waarmee ze haar theorie onderbouwt (spijt, existentiële schuld). Het derde hoofdstuk verduidelijkt de theorie over rouwen vanuit het psychisch ontwikkelingsproces. In het vierde en vijfde hoofdstuk probeert Kavaler een staalkaart te geven van psychoanalytische opvattingen over rouwen. Ze beperkt zich tot (een aantal) Angelsaksische auteurs. Vijf gevalsstudies beslaan ongeveer vijfenzeventig procent van het boek. De auteur sluit spijtig genoeg aan bij de traditie: verslaggeving van langdurige analyses van patiënten met meer dan een gemiddeld potentieel; kortom de nietdoorsnee patiënt. De relevantie kan ook op een tweede vlak ter discussie gesteld worden: auteurs beperken zich meestal tot het bespreken van een aantal cruciale momenten, alsof het opzichzelfstaande entiteiten zijn.
Kavaler-Adler schetst op een boeiende manier de wijzigingen die zich op het vlak van interne (deel)objecten afspelen. De ontwikkeling op het vlak van de (erotische) overdracht krijgt uitgebreid aandacht. De auteur is ook bijzonder goed vertrouwd met recente opvattingen binnen de objectrelatietheorie. De laatste casus, waarbij de auteur gebruikmaakt van schilderijen van de patiënt, toont een boeiende manier om de evolutie bij de analysante te volgen. De gebruikte beelden zijn veel illustratiever voor de theorie dan de voorafgaande casussen.
Het domein van de ‘spiritualiteit’