You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De ‘Donald Winnicott Memorial Lectures’ worden sinds 2000 georganiseerd door de Winnicott Clinic of Psychoanalysis te Londen. Hiermee beoogt men Winnicotts bijdrage tot de psychotherapie en de psychoanalyse, en zijn begrip van hoe kinderen denken en voelen, te huldigen. Na Joyce McDougall en Richard Bowlby nam André Green de handschoen op. Green kende en apprecieerde Winnicotts werk reeds lang voor dit doorgedrongen was tot de
continentale (lees Franse) psychoanalyse. Hij was vanwege die achtergrond een belangrijke spreker in deze lezingenreeks.
Greens lezing op deze Memorial Lectures vormt de inhoud van dit boekje. In zijn betoog gaat Green in op het concept ‘playing’ bij Winnicott. Vooral de twee teksten hierover in Playing and Reality (1971) worden onder de loep genomen.
Waar Green de originaliteit en creativiteit van Winnicotts psychoanalytische conceptualisatie van spelen en speelsheid expliciet erkent, maakt hij er anderzijds enkele kritische kanttekeningen bij. Deze kanttekeningen centreren zich rond drie topics. Ten eerste is Green het niet eens met Winnicotts situering van de oorsprong van dit spelen in de vroege moeder-kindrelatie. Winnicott beschrijft spelen en speelsheid als een transitioneel fenomeen, dat niet behoort tot de moeder noch tot de baby, maar tot de ruimte tussen moeder en baby. Green daarentegen stelt dat spel niet geworteld is in de moeder-kindrelatie, noch er diepgaand door beïnvloed is. Ten tweede vindt Green dat Winnicott het ‘spelen’ geïdealiseerd heeft tot iets dat uitsluitend ‘goed’ en ‘gezond’ is. Ten derde is Green van mening dat Winnicott in zijn conceptualisatie spel ontdaan heeft van zijn seksualiteit.
Geen enkele van deze drie kritische redeneringen is erg overtuigend. Sacerdoti noemt Greens betoog in een dankwoord aan het eind van het boekje dan wel provocerend, maar ook meesterlijk. Als lezer vind ik Greens provocerende stijl eerder storend, niet omdat hij kritisch is ten aanzien van Winnicott, wel omdat de argumenten die hij