You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Kortgeleden overleed onze Vlaamse collega Arsène De Ryck, redacteur van het eerste uur van dit tijdschrift. Rudi Vermote schreef een in memoriam, waarmee dit nummer wordt geopend.
In hoeveel beroepsgroepen zou de vraag worden gesteld naar de identiteit van de professional? In mijn fantasie wordt die in vrijwel alle beroepen geformuleerd in termen van kwalificatie-eisen of van werkzaamheden die de professional uitvoert. Een professional is voor de buitenstaander te herkennen aan het ingelijste diploma dat aan de muur van de werkruimte hangt. Voor een analyticus is die vraag niet makkelijk te beantwoorden, omdat de persoonlijkheid van de professional een deel van het werkzame instrumentarium is. Zelfbeschouwing in verband met de omgang met de tegenoverdrachtsfenomenen is een onvervreemdbaar deel van de analytische methodiek. Vandaar dat het stellen van de vraag naar de psychoanalytische identiteit essentieel is. Bovendien is psychoanalyse bij uitstek een vak waar met toenemende ervaring de deskundigheid wordt vergroot en de eigen verhouding tot de theorie en de methodiek in de loop van de tijd verandert. Het behalen van het diploma is bepaald niet de eindstreep voor het ontwikkelingsproces. Misschien dat de IPA daarom iedereen wel het diploma ‘aspirant-lid’ stuurt om in de spreekkamer op te hangen, maar tegenwoordig niemand het diploma voor het gewone lidmaatschap schijnt te ontvangen. Zo worden we herinnerd aan de vergankelijke aard van onze professionaliteit. In dit nummer wordt de vraag naar de psychoanalytische identiteit op zeer verschillende manieren ingekleurd.
In het openingsartikel van Rob Wille wordt de kern van de psychoanalytische identiteit opgevat als de psychische representatie van de psychoanalyse in de analyticus: ‘Psychoanalyticus zijn en blijven veronderstelt een analytische identiteit die nu eenmaal niet naar believen als een bril op en afgezet kan worden.’ In de loop van de opleiding ontstaat door deelidentificaties met personen, de analyserende fun