You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Een meerderheid van de begaafde mensen maakt niet waar wat op basis van hun talenten verwacht wordt. Wellicht is Charles Rycroft hiervan het paradigmatische voorbeeld. In de jaren vijftig was Rycroft, vooral bekend door
zijn A critical dictionary of psychoanalysis een van de rijzende sterren aan het firmament van de British Society: alom geprezen voor zijn heldere geest, zijn creatieve bijdragen, zijn kennis van de literatuur, zijn therapeutische talenten, zijn publicaties. Hij zou ongetwijfeld een internationale beroemdheid worden, vergelijkbaar met Winnicott of Kohut, en zijn invloed op het denken van de psychoanalytische gemeenschap zou niet te overschatten zijn. Maar deze voorspellingen kwamen niet uit. In 1962 ‘verdween’ Rycroft met stille trom. Hij trok zich terug uit het institutionele psychoanalytische leven. Van een openlijk conflict of breuk was geen sprake. Hij bleef nog tot 1978 zijn lidmaatschapsbijdrage betalen.
Rycroft vond dat Freud het primaireprocesden-ken en het onbewuste in het algemeen te negatief voorstelt en dat de psychoanalyse te weinig in de verf zet dat het meest sublieme en creatieve ook rechtstreeks uit deze bronnen ontstaat. Hij meende dat de psychoanalyse de waarde van ‘common sense’ in de therapieruimte onderschatte. Hij was het oneens met diegenen die de psychoanalyse wilden losweken van haar biologisch denken en er een hermeneutische discipline wilden van maken. Anderzijds stond hij erg open voor een aanpassing van de psychoanalytische theorie in het licht van de nieuwe communicatietheorieën van de jaren vijftig en zestig. Rycroft kwam soms gevaarlijk dicht in de buurt van een radicale afwijzing van psychoanalytische basisconcepten.
Het hier besproken boek gaat slechts met mondjesmaat in op Rycrofts theoretische bijdragen. De auteurs lijken niet te geloven dat hij ten onrechte al enkele decennia in de vergetelheid is geraakt - een lot dat hij deelt met zijn meest beroemde analysant, R.D. Laing. Voor hen lijkt een revival niet nodig