You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
In 1998 kreeg Hanna Segal Reason and passion aangeboden ter gelegenheid van haar tachtigste verjaardag. Op het moment dat ik deze recensie schrijf is Segal nog steeds in leven en actief. Niet lang geleden kwam ze naar Vlaanderen om ons te laten delen in haar talent als supervisor. Het zal dan ook niet zo moeilijk zijn om een ontvankelijk lezerspubliek te vinden voor de herdruk, waarin tijdgenoten schrijven hoe ze door Segals ideeën beïnvloed zijn.
Segal is geboren in een Poolse uitgeversfamilie. Door de frequente verhuizingen van het gezin (Lodz, Genève, Warschau, Parijs, Edinburgh, Londen) onderging ze diverse culturele invloeden. Toen ze als tiener de werken van Freud gelezen had, wilde ze psychoanalytica worden. In Edinburgh zocht ze contact met Fairbairn, die haar aanraadde zowel het werk van Anna Freud als van Melanie Klein te lezen en een keuze te maken. Zonder veel aarzeling meldde ze zich bij Klein aan voor een psychoanalyse. Ze begon de psychoanalytische opleiding, kreeg supervisie van Heimann en Rivière, werd analytica op haar zevenentwintigste en leeranalytica toen ze tweeëndertig was. Segal is bekend van haar inleiding op het werk van Klein. De eigen inbreng van Segal betreft onder andere de relatie tussen creativiteit en de depressieve positie: esthetische diepgang hangt af van het vermogen van de kunstenaar om psychische pijn te verdragen, gevoelens die nauw verbonden zijn met het zich bewust zijn van de schade, toegebracht aan het goede object. De artistieke creatie heeft een herstellende functie. Segal behoudt de klassieke psychoanalytische techniek in de analyse van schizofrene patiënten en verzet zich tegen de neiging om parameters in te voeren. Indien men de negatieve overdracht niet interpreteert en de afweer ondersteunt, versterkt men volgens haar de splitsing en wordt vijandigheid vooral in de buitenwereld uitgeleefd. Notes on symbol formation uit 1957 is wellicht haar belangrijkste paper. Hierin bespreekt ze het verschil tussen symbolisch en