You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
The transitional approach in action is het tweede boek1 rond de transitionele benadering van verandering dat vooral concrete voorbeelden geeft van transitionele praktijken in organisaties. Het wil een tegenwicht bieden aan de gangbare literatuur rond organisatieverandering, die vooral gericht is op prestatie, efficiëntie en productiviteit. De transitionele benadering kijkt niet alleen naar ‘positieve’ aspecten (groei, hoop, actie), maar biedt ook een verhelderende kijk op de ‘negatieve’ kanten van veranderingsprocessen (regressief gedrag, angst). Deze aanpak is gebaseerd op het werk van Donald Winnicott, dat later door Harold Bridger en Gilles Amado werd aangepast voor ontwikkelingsprocessen in organisatiecontexten. Een veranderingsproces wordt ‘transitioneel’ genoemd wanneer er voldoende veiligheid, tijd en ruimte is om de emotionele consequenties van verandering door te werken. Mensen krijgen dan de gelegenheid om het oude los te laten en nieuwe manieren van zijn en werken te exploreren of the ontwikkelen. Het doel is het innerlijke van de betrokkenen af te stemmen op de nieuwe uiterlijke realiteit. Basiswaarden zijn het verhogen van het democratisch gehalte van organisaties en het respect voor de subjectieve ervaringen van mensen tijdens veranderingsprocessen.
De auteurs beschrijven transitionele veranderingsprocessen in vier domeinen: therapeutische gemeenschappen, werkconferenties voor professionele ontwikkeling, organisatieadvies en de zelfstudie van systemen in actie. De contexten zijn divers. Marie-Jeanne Vansina-Cobbaert vertelt bijvoorbeeld het verhaal van het zoekproces, de aanpassingen en de ontwikkelingen van een therapeutische gemeenschap in Kortenberg. Een andere auteur beschrijft de ontwikkeling van een leiderschapstraining voor artsen in een ziekenhuis, waar zij leren over de psychologische, sociale en organisatio-nele aspecten van hun rol als pediater-oncoloog. Een derde voorbeeld is een bijdrage rond het ontwikkelen van een ‘intermediaire ruimte’ a