You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Freud heeft in hoofdstuk VI van De droomduiding de mechanismen van de droomarbeid beschreven. Dankzij hem weten we dat de droom over plastische middelen beschikt om de latente droomgedachten en de relaties ertussen uit te beelden. Dit laatste aspect heeft volgens het echtpaar Botella - beiden zijn opleidingsanalytici van de Société Psychanalytique de Paris - in de latere literatuur weinig aandacht gekregen. Zij noemen dit: ‘le travail de figurabilité’, een term die niet gemakkelijk te vertalen is. Verwante concepten of synoniemen zijn ‘Darstellbarkeit’ en ‘representability’, hoewel deze termen niet echt de betekenis weergeven zoals door hen wordt bedoeld. ‘Figurabilité’ verwijst naar een retrogressief fenomeen dat zich - als een accident van het denken - tijdens de sessie voordoet in de verbeelding van de analyticus, zonder dat er een logisch verband is met de inhoud van wat de analysant zegt. De analyticus is op dergelijke momenten toeschouwer van een visioen, een visuele flash, een hallucinatoire beleving, een gevoel van derealisatie, een lichamelijke pijn, een afgrijzen. Het boek gaat over de uitbeeldbaarheid (in de psychische realiteit van de analyticus) van wat niet uitgebeeld (gefigureerd) is bij de analysant, terwijl wat de psychoanalyticus ervaart doorgaans nauwelijks vorm heeft, nauwelijks gefigureerd is. Het zich verbeelden kan alleen ontstaan wanneer de analyticus zich overgeeft aan een formele regressie van zijn denken, iets wat beangstigend is en als ‘unheimlich’ wordt beleefd. Dergelijke momenten zijn uiterst belangrijk voor het verdere verloop van de analyse. De psyche van de analyticus registreert op die manier het gat of de leegte in de psychische beleving (‘le négatif’) dat zijn oorsprong vindt in een vroeger psychisch trauma van de analysant. Via ‘le travail de figurabilité’ slaagt de analyticus erin dit trauma in beeld te brengen. Volgens de Botella's dient de analyticus de rol aan te nemen van een dubbelganger (‘un double’) van de patient waarbi