You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De jaarlijkse studiedag van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie werd dit jaar georganiseerd door de afdeling kind, jeugdige en gezin. Hoewel de thematiek mooi omschreven werd in de brochure, riep deze toch heel wat fantasieën op over wat het worden zou. Spel en analytische therapie vormen nu niet direct de meest voor de hand liggende associatie, tenzij misschien voor de kindertherapeut die het spel als zijn medium hanteert. Maar daar zou het ook niet over gaan. Afwachten dus. In elk geval had dit thema heel wat vertrouwde deelnemers uit de volwassenensectie afgeschrikt of onverschillig gelaten. Onder de titel Psychotherapie: een spel voor twee spelers bracht Nicole Vliegen in haar inleiding enkele functies van kinderspel en speltherapie in herinnering. Waarom is het spel het medium bij uitstek om met kinderen in contact te treden en toegang te vinden tot hun psychische wereld?
Het spel biedt kinderen de mogelijkheid om met nieuwe en moeilijke ervaringen en gevoelens om te gaan, nieuwe zelfbeelden uit te proberen. Zowel de innerlijke wereld als de externe realiteit zijn hier in het geding. Het kind speelt in aanwezigheid van de volwassene en wenst door hem begrepen te worden. Soms lukt het om samen nieuwe betekenissen te ontdekken.
Het kinderspel ontstaat in de vroege, lustvolle interacties tussen kind en volwassene, dicht bij lichamelijke ervaringen. Geleidelijk ontwikkelt zich hieruit het symboliserend vermogen. Sommige ouders evenwel zijn niet in staat te genieten van dit vrijblijvend samen bezig zijn, los van de realiteit. Therapie, ook bij volwassenen, situeert zich in deze speelse, virtuele ruimte.
Niet alle kinderen zijn in staat om echt te spelen, te genieten van spelmomenten. Martine Sucaet schetste in een uitvoerige casusbespreking hoe de onmogelijkheid tot spelen een defensieve functie kan verhullen en tot een autistisch lijkend beeld kan leiden. Ze besprak een vierjarige kleuter, aangemeld op een CGG met een vermoeden van een autismespectru