You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Het is 29 september 2005 en ondertussen al de zevende tweejaarlijkse studiedag, gehouden te Pittem, ditmaal in samenwerking met de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en de Vlaamse Vereniging voor Gedragstherapie, met als titel Zuchtigheid en Afhankelijkheid. In dit verslag worden beknopt de psychoanalytische bijdragen besproken.
Mark Kinet opent de dag met zijn inleiding Een langgerekte kortsluiting. Hij spurt langs een rijkdom aan analytische auteurs, toepasselijk vertrekkend bij de ‹vader van de psychoanalyse›, die reeds aangaf dat de intoxicatie door middel van bepaalde roesverwekkende stoffen de meest populaire remedie is tegen de onvermijdelijke pijn van het zijn, die de condition humaine kenmerkt. Kinet stelt de vraag hoe het komt dat de meeste mensen het gebruik van deze scheikundige producten kunnen beperken, terwijl bij sommigen het middelengebruik excessief wordt en er een bijna passioneel-destructieve verhouding met hun product ontstaat. Hij licht in zijn verdere betoog toe hoe dit vaak te maken heeft met moeilijkheden die deze laatsten ervaren of ervaren hebben met de onvermijdelijke afhankelijkheid van de grote Ander.
Een bijdrage van de psychoanalyse is het trachten begrijpen van de persoon in zijn uniciteit. De volgende spreker, Marc Hebbrecht, stelt dan ook de cruciale vraag: welke functie vervult een middel of een gedrag voor deze welbepaalde persoon, die zich bij mij aandient met zijn eigen onbewuste, zijn karakteristieke psychische structuur, zijn unieke verleden, zijn innerlijke wereld, zijn inschakeling in een netwerk van sociale relaties? Eerst vertelt hij echter over nieuwe ontwikkelingen in de genetica en de neurobiologie. Tal van genen, het mesolimbisch dopaminerg systeem en de keuze van het middel spelen een belangrijke rol in het ontstaan en onderhouden van verslaving. Verder beklemtoont hij dat de wisselwerking tussen de persoon, het middel en de omgeving niet uit het oog mag worden verloren. De patiënt leeft in een gezin