You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Wie zijn de zichtbare en onzichtbare spelers op het analytische toneel? Wie spreekt eigenlijk in de analysant die vrij associë rend zijn verhaal doet? Wie spreekt in de analyticus die van achter de sofa luistert en interpreteert? Hoe kan de analyticus de geschiedenis van de analysant horen wanneer hij, noch de analysant die geschiedenis kent, laat staan weet hoe erover te spreken? Met intrigerende vragen als deze opent Faimberg haar bij momenten behoorlijk fascinerende boek. Een echo hiervan valt te horen in een van de meer theoretische hoofdstukken waarin ze pleit voor een herziening van de Oedipusmythe en van het klassieke oedipuscomplex. Vermoordde Oedipus zijn vader, eenvoudig omdat het zo door het orakel voorspeld en dus onafwendbaar was? Of waren het de geheimen die de vader van Oedipus in zich meedroeg die bijdroegen tot de tragische afloop? Zou Oedipus zijn vader vermoord hebben en met zijn moeder naar bed gegaan zijn, indien hij de geschiedenis van zijn vader had gekend? Wat is dus het ongeweten lot dat elk van ons achtervolgt? Welke ongekende geschiedenis probeert zich in ons te herhalen?
In elf hoofdstukken met soms bijzonder ‹sprekende› casussen als leidraad, gaat Faimberg op zoek naar antwoorden. Drie fundamentele concepten lijken haar hierbij een theoretisch kader te verschaffen: de onbewuste narcistische identificatie van het kind met de afgesplitste, geloochende stukken van de (groot)ouderfiguren, het beluisteren door de analyticus van hoe zijn spreken en zwijgen door de analysant werd ontvangen (‹l'écoute de l'écoute›) en een meer omvattend gebruik van Freuds begrip ‹Nachträglichkeit›.
Vereenvoudigd gaat Faimbergs gedachtegang als volgt. Ouders dienen hun eigen oedipale problematiek voldoende doorgewerkt te hebben, opdat hun kind de psychische ruimte in zichzelf kan tegenkomen die onontbeerlijk is om een eigen identiteit te kunnen opbouwen. Zijn de ouders daarentegen in een narcistische positie ten opzichte van hun kind blijven steken, faalden ze in h