You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De Sloveense filosoof en psychoanalyticus Slavoj Žižek wordt met recht een van de meest spraakmakende denkers van deze tijd genoemd. Zoals Lacan Freud nieuw leven wist in te blazen, zo wist hij de theorieën
van Lacan weer in de belangstelling te brengen toen in de jaren negentig van de vorige eeuw het poststructuralisme het structuralisme opvolgde, en het zoeken naar onbewuste structuren vervangen werd door de deconstructie van verborgen mechanismen in alle verschijningsvormen van de cultuur. Žižek deed dat enerzijds door Lacan te interpreteren aan de hand van de populaire cultuur, en anderzijds door Lacans theorieën te gebruiken in zijn analyses van filosofische, politieke, ideologische en ethische kwesties. Hij verrijkte daardoor de lacaniaanse psychoanalyse met een visie op de samenleving die bij Lacan impliciet was gebleven. Toch zijn er grote verschillen tussen beide denkers, en zijn Žižeks ideeën over cultuur niet dezelfde als die van Lacan. Voor Lacan is cultuur positief en veroorzaakt deze vormen van genot en catharsis in wat hij sublimatie noemt. Bij Žižek daarentegen is de cultuur bevolkt met fantasmatische objecten die angst en weerzin inboezemen.
In tegenstelling tot Lacan, die relatief weinig geschreven heeft, schreef Žižek tientallen boeken en artikelen, en heeft hij over de hele wereld colleges en lezingen gegeven. Hij was in analyse bij Jacques-Alain Miller, Lacans schoonzoon en dominante bewaarder van de erven. Hij doceert aan prestigieuze universiteiten in Europa en de Verenigde Staten en hij is de stichter van de Society for Theoretical Psychoanalysis in zijn geboorteplaats Ljubljana. Zijn oeuvre wordt omschreven als ‹characteristically mischievous, impertinent, outrageous, exuberant, vehement, unexpected and profound by turns› (Belsey 2005, p. 53).
Een belangrijk deel van Žižeks werk is een reflectie over ‹het reële›, een term die hij van Lacan overnam en tot een van zijn basisconcepten heeft gemaakt. Het lacaniaanse ‹reële› heeft niets te maken