You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Ja, maar daarvoor is het begonnen bij De Bezige Bij in de jaren zeventig met Adriaan Morriën en Henk Mulder. Die hadden ook psychoanalytici die adviseerden over de indeling van de editie, de registers enzovoort. Nog voor er één deel was uitgekomen had De Bezige Bij al heel wat moeten betalen aan auteursrechten en adviseurs. Omdat er geen schot in kwam heeft Uitgeverij Boom het hele project voor een schappelijke prijs overgenomen. Toen zijn druppelsgewijs de eerste vier delen van de Freudeditie uitgekomen: De kleine Hans, Dora, De Wolvenman en het eerste deeltje in de reeks Cultuur en Religie. Morriën en Mulder waren gerenommeerde docenten in de vertaalwetenschap aan de universiteit en lieten hun studenten werkvertalingen maken, waar zij nog eens als monniken overheen gingen. Daardoor ging het zo langzaam dat de totale editie pas in 2020 vertaald zou zijn. Toen heeft men besloten een tweede redactie aan te stellen, waarop Mulder en Morriën ontslag namen, met in hun voetspoor de psychoanalytici, zoals Louis Tas en Huyck Van Leeuwen.
De nieuwe redactie, bestaande uit de vertalers Paul Beers en Hans Bakx, heeft toen enkele nieuwe mensen aangetrokken onder wie Thomas Graftdijk en mijzelf. Tom werkte en woonde in Italië en ik in Amsterdam. Wat ik vertaalde redigeerde hij en andersom. Omdat we ver van elkaar woonden, hadden we een goede verstandhouding en kregen we geen ruzie — want ik kan met stelligheid zeggen dat kritiek uitoefenen op iemands taalgebruik zowat de ergste persoonlijke kritiek is die er bestaat. We konden dus honderden opmerkingen in de kantlijn schrijven met daarnaast ontboezemingen over ons huwelijksleven en wat je ‹wilde psychoanalyse› zou kunnen noemen. Zo verliep het vertalen heel efficiënt en hebben we deel voor deel afgewerkt. Maar