You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Om weer te geven wat de psychoanalyse voor mij betekent, wil ik een ontwikkelingslijn aanduiden die ik als wezenlijk ervaar. Het kader is niet veranderd, de analysant komt vier- of vijfmaal per week drie kwartier en probeert — liggend op de bank — vrijuit te vertellen wat er bij hem opkomt. Wat wel verandert, is de aard van betrokkenheid. Voor ik inga op mijn eigen ervaringen wil ik enkele geleerden noemen die na de kernontdekking van de overdracht ons zijn voorgegaan op de weg door het onbewuste: Paula Heimann (1950) die de tegenoverdracht als nuttig en niet als verstorend mechanisme onthult, Melanie Klein (1952) die de projectieve identificatie beschrijft en Theodore Jacobs (1999) die zijn gehoor tijdens het laatste internationale congres in Amsterdam shockeert door zijn geleide ‹disclosure›, een tot dan toe gemeden vertrouwelijkheid. Steeds doemt er een nieuwe drempel op, de angst voor het vreemde, die blijkbaar overwonnen moet worden ter verbetering van het curatieve vermogen van de psychoanalyse.
Freuds vrij zwevende aandacht is een opmerkelijke zijnswijze, die de analyticus in staat stelt diepere lagen van ervaringen te delen met de analysant. Deze klassieke houding lijkt in tegenspraak met het ‹leidenschaftlich Zuhören›, van Hermann Beland (2004). Volgens Beland vormt juist het ‹gedreven luisteren› het geneeskrachtige agens: begrijpen geneest, zowel voor de analyticus als voor de analysant. Dit hartstochtelijk, gedreven luisteren lijkt uit te gaan van een dynamischer invloed van de houding achter de bank. Opnieuw wordt er iets wezenlijks toegevoegd, op grote afstand van de laconieke formulering van Freud dat men geduldig moet wachten op de invallen van de patiënt: ‹Hauptregeln: 1. ‹Zeit lassen› […] 2. Der Patient zeigt den Weg› (Abraham & Freud 1965, brief aan Abraham 9 januari 1908).
Wat naar mijn idee deel uitmaakt van deze ‹gedreven› wijze van aandacht geven is de bepaalde mentale inspanning die het vergt. Het vermogen van de