You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Psychoanalytici spreken nogal eens over de ‹omgeving›, ‹maatschappij› of ‹sociale factoren› als iets dat van ‹buiten› op de mensen afkomt. Het onderscheid dat de psychoanalyse het individu en de sociologie de maatschappij zou bestuderen, is problematisch. Het doet het voorkomen alsof individuen en de samenleving buiten elkaar om zouden bestaan. Freud (1930) heeft echter al benadrukt dat de sociale arrangementen die mensen met elkaar vormen druk en dwang uitoefenen op de intrapsychische verhoudingen. Maar bovendien hebben de samenleving en de relatie met de samenleving een innerlijk element: maatschappelijke processen (historische ontwikkelingen, sociale verhoudingen, publieke discussies) worden intrapsychisch gerepresenteerd. Net als andere objectrelaties worden het beeld van de samenleving en de relatie met de samenleving steeds weer in het web getrokken van grotendeels onbewuste intrapsychische betekenissen en belangen. De innerlijke representatie van de samenleving wordt tot expressie gebracht en oefent op haar beurt druk en dwang uit op de maatschappelijke verhoudingen.
Met twee voorbeelden zal ik laten zien dat afweermechanismen als splitsing en projectie vanuit de individuele binnenwereld voortkomen, maar dat ze tegelijkertijd van buitenaf worden beïnvloed door maatschappelijke processen en collectieve oriëntatieschema's die naar inhoud, tijd en plaats gebonden zijn en als zodanig het splitsen en projecteren kunnen dempen of juist verhevigen.
Als de ontwikkeling van gehechtheidsveiligheid bij het kleine kind duurzaam wordt verstoord, wordt het zich ontwikkelende zelf geïnfiltreerd door een beangstigende en vijandige buitenwereld en ontstaat een ‹oneigen zelf› (Fonagy 1999; Fonagy e. a. 2002). Dit wezensvreemde zelf brengt in het kind en later in de volwassene hevige paniek, leegte, vijandigheid en verschrikking teweeg, en het zelfgevoel en de zelfcoherentie worden voortdurend ondermijnd. Onbewust kan de betrokkene eropuit zijn zich van het one