You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Autistische fenomenen zijn intrigerend maar als we deze non-verbale fenomenen willen beschrijven, blijken woorden tekort te schieten. We bouwen er theorieën over op en doen dat onder meer via babyobservatie, neurocognitief onderzoek of via de psychoanalytische methode. Dat gaat niet altijd goed. Margaret Mahler introduceerde in 1958 een ‹normaal autisme› om de vroegste fase in de normale ontwikkeling te beschrijven als een gesloten egocentrisch systeem, gekenmerkt door hallucinatoire wensvervulling. Dit bracht heel wat misverstanden en onbegrip teweeg. Want het psychiatrisch syndroom autisme is geenszins te herleiden tot een regressie naar een ontwikkelingsfase en is niet causaal verbonden met een verwarrende moeder-kindrelatie. Deze, inmiddels ook door Mahler weer verlaten, theorie heeft evenwel bijgedragen tot de schrijnende geschiedenis waarbij moeders van autistische kinderen kilheid werd verweten. Ook het boek van Bruno Bettelheim, The empty fortress (1967) had kritiek uitgelokt. Tustin probeerde voorzichtig rekening te houden met zowel de psychoanalytische als de neurobiologische onderzoekstradities, die in verband met autisme gaandeweg met getrokken messen tegenover elkaar waren komen te staan. Ze betreurde het dat moeders verantwoordelijk werden gesteld voor het autisme van hun kind. Ze wees daarentegen op het feit dat deze moeders veelal hulpeloos waren en bekommerd met hun eigen gevecht om te overleven. Ze erkende zowel het belang van de omgeving als de aangeboren aanleg van de baby. Aan het begin van de ‹decade of the brain› vond ze dat verontschuldigingen op hun plaats waren voor de verwarring (Tustin 1991).
Tustin had haar opleiding tot psychoanalytica van John Bowlby en Esther Bick gekregen en vond in haar zoeken inspiratie in het werk van Donald Winnicott en Donald Meltzer. Maar de grootste invloed onderging ze van haar analyticus, Wilfred Bion, en diens odyssee naar de oorsprong van het menselijk denken. Aanvankelijk stelde ze zich de vraag hoe en wat