You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
De tweede van een reeks studiedagen, georganiseerd door de dienst Klinische Psychotherapie voor Persoonlijkheidsmoeilijkheden (KLIPP) van het Universitair Centrum Sint-Jozef te Kortenberg, beloofde een voltreffer te worden. Meer dan honderd aanwezigen kwamen — zelfs uit Nederland — naar Kortenberg afgezakt om er één dag lang kennis te maken met de theoretische opvattingen en klinische vaardigheden van de Indiaas-Amerikaanse Salman Akhtar. Enkele dagen nadat hij in Nederland het Freudfestival opende, was deze toonaangevende teaching and training analyst (Philadelphia Psychoanalytic Institute) voor het eerst te gast in België.
Akhtar had er duidelijk zin in en brak, grappend, meteen het ijs. Bion parafraserend, luidde zijn reactie op de inleiding door Rudi Vermote (KLIPP-diensthoofd): ‹After that nice introduction, I can't wait to hear myself.› Meteen was de toon gezet voor de eerste lezing waarin hij aan de hand van een klinisch voorbeeld de twee contrasterende therapeutische benaderingen, namelijk de ‹klassieke› freudiaanse en de ‹romantische› ferencziaanse, voorstelde om ze vervolgens op een synthetische manier therapeutisch samen te brengen (Akhtar 1992, 2005). Deze tegenstelling tussen de ‹sceptische› richting, met als focus ‹sickness in health›, en de ‹welwillende› houding die op zoek is naar ‹health in sickness›, werd gepresenteerd als een geanimeerd verhaal vol