You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Welk weten is de psychoanalyse op het spoor gekomen? Waarop is dit weten gebaseerd? Hoe is dit weten tot stand gekomen? Geen onbelangrijke vragen voor de psychoanalyse. Wist Descartes nog dat zijn methodische twijfel iets opleverde, namelijk dat hij in staat was tot denken en daardoor wist dat hij bestond, de moderne psychoanalyse trekt zelfs die zekerheid in twijfel. De lacaniaanse psychoanalyse die in Knowing nothing, staying stupid centraal staat, wordt tegen het licht gehouden van het weten. Over het weten in de psychoanalyse kan ik uiterst kort zijn: Lacan leert ons dat het (psychoanalytisch) weten op niets is gebaseerd. Bracht Descartes ons nog in verwarring, Lacan doet daar nog een schepje bovenop door te stellen dat alles wat wij denken te weten op niets is gebaseerd! Geen twijfel meer mogelijk. Maar dan is alles wat wij weten zinloos, zult u mij tegenwerpen. Dat lijkt misschien zo, maar dat is niet het geval. Het weten heeft een functie in ons mens-zijn.
Het weten komt tot stand door het spreken en het spreken drukt ons verlangen uit en het verlangen is geboren uit de castratie waardoor een gat in het subject is ontstaan. Dit gat is niets meer dan het niets. Daar ligt dus het begin van het subject. Het weten wordt opgebouwd in relatie met de ander. Maar men wil niet alles weten, vandaar verdringing, loochening en verwerping.
Wanneer nu een patiënt zich wendt tot een analyticus dan veronderstelt hij een weten bij deze laatste. Het weten van de analyticus is echter een fundamentele onmogelijkheid, maar hij moet zich de rol van het ‹subject dat verondersteld wordt te weten› laten aanleunen, anders komt een analyse niet eens op gang. Vandaar het ‹bijna niets› in de titel van dit stukje.
Het spel van weten, niet weten en verondersteld worden te weten is in de psychoanalyse aan de orde en vormt het onderwerp van Knowing nothing, playing stupid. De auteurs, Dany Nobus en Malcolm Quinn, zijn beiden goed thuis in het lacaniaanse denken. Nobus is hoofddocent in de psych