You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Lavinia Gomez is als psychotherapeut werkzaam in Londen. In 1997 bracht ze An introduction to object relations uit bij Free Association Books. Ze houdt blijkbaar van het schrijven van inleidingen. Nochtans duiken haar boeken al snel de diepte in, op zoek naar de kerngedachten, premissen en uitgangspunten. Zo bracht haar vorige boek haar tot het onderzoeken van een aantal tegenstrijdigheden die samengaan met de objectrelatietheorie. Dezelfde beweging zien we in voorliggend boek. Wat mij betreft is het dan ook meer dan een inleiding. Men kan het zelfs een specialistisch werk noemen waarvoor, in tegenstelling tot wat ik in de flaptekst lees, wel degelijk kennis vereist is van filosofie en psychoanalyse. Afgaande op de subtitel verwachtte ik een algemene inleiding tot de filosofie van de psychoanalyse. Uiteindelijk kreeg ik met een wetenschapsfilosofisch werk te maken dat de psychofysische basis van psychoanalyse onderzoekt. De titel had me misschien kunnen waarschuwen. The Freud wars verwijst namelijk naar een controverse uit het midden van de jaren 1990. Toen werd in de New York Review of Books de validiteit van psychoanalyse ter discussie gesteld. De ‹oorlog› werd destijds ontketend door het boek The unknown Freud van Crews dat bol staat van niet-aflatende kritiek. Een situatie vergelijkbaar met de recente aanval door de auteurs van Le livre noir de la psychanalyse (Meyer 2005). Crews, hoogleraar literatuur, baseerde zich onder andere op het kritische werk van de filosoof Grünbaum The foundations of psychoanalysis. Het was vervolgens de invloedrijke Noord-Amerikaanse filosoof Nagel die het voor Freud opnam in het artikel Freud's permanent revolution. Het anderhalf jaar durende scherpe debat dat volgde op deze tegenstrijdige visies, over de (empirisch) wetenschappelijke waarde van de psychoanalyse, vormt het uitgangspunt van Gomez' studie. Ze plaatst hiernaast nog het belangrijke werk van Jürgen Habermas. In de laatste drie hoofdstukken van zijn algemene kritiek ov