You do not currently have permission to view the full text for this document. Please sign in to an account with an active subscription or contact support.
Hoe kijkt een psychoanalyticus terug op het beëindigen van de eigen analyse? Op welke wijze is de eigen analyticus van binnen aanwezig? En hoe verandert dat in de loop van de jaren?
Om dit soort vragen te kunnen beantwoorden deed Lora Heims Tessman, verbonden aan het Massachusetts Institute of Psychoanalysis en het Institute for Psychoanalytic Training and Research in New York, een onderzoek met behulp van semigestructureerde interviews bij vierendertig analytici, van wie er achtentwintig twee of meer analyses doorgemaakt hadden. Het totale onderzoeksmateriaal betrof daarmee vierenzestig analyses. Bij het samenstellen van de onderzoeksgroep lette zij op het tijdstip waarop de betreffende analyse was beëindigd en op het aanwezig zijn van de vier mogelijke geslachtscombinaties. Vooraf kregen de deelnemers een globale opsomming van de vragen toegestuurd, bijvoorbeeld: ‹Wat voor iemand was je analyticus voor je gevoel tijdens de analyse, bij het beëindigen, in de jaren daarna en nu? Stel je voor dat jullie elkaar nu tegen zouden komen en vrijuit zouden kunnen praten: wat zou ieder van jullie zeggen? En wat wel denken, maar niet zeggen?› Afhankelijk van wat de analyticus te vertellen had vonden er één tot vier gesprekken van steeds twee uur plaats. De opgenomen gesprekken werden verbatim uitgetypt. Vervolgens konden de deelnemers in de transcripten aangeven welke delen zij eventueel niet gepubliceerd wilden hebben.